top of page
Zoeken

Tussen ruimte en nabijheid: wat angst om echt te relateren ons werkelijk wil laten zien

  • Foto van schrijver: Karen Slegers
    Karen Slegers
  • 8 nov 2025
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 9 nov 2025

In relaties, privé of professioneel, bewegen we voortdurend tussen twee krachten: het verlangen naar nabijheid en de behoefte aan ruimte.

Wanneer die krachten in balans zijn, ervaren we verbinding én ademruimte.

Maar vaak kantelt de weegschaal, en wordt dat natuurlijke evenwicht verstoord.

De één trekt zich terug zodra het te dichtbij komt.

De ander zoekt juist meer bevestiging en houvast.

Twee verschillende bewegingen, maar met dezelfde wortel: angst. De één bang om zichzelf te verliezen, de ander bang om verlaten te worden.

 

De systemische dynamiek

Vanuit systemisch perspectief zijn bindings- en verlatingsangst geen tegenpolen, maar twee uitdrukkingen van dezelfde onderstroom: de pijn van niet volledig veilig zijn in verbinding.

Ze laten zien waar ons innerlijke evenwicht zoek is tussen autonomie en nabijheid.

Wie zich snel terugtrekt, probeert de eigen autonomie te beschermen. Wie zich vastklampt, probeert de veiligheid van verbinding te herstellen. Beiden bewegen uit liefde, maar vanuit overlevingsdrang in plaats van vertrouwen.


De sleutel ligt in het zien van beide bewegingen, zonder oordeel.

Wanneer we onze angst om nabijheid én onze angst om verlies tegelijk kunnen dragen, ontstaat er rust. Dan hoeft de ander ons niet langer te spiegelen in uitersten.


Zolang we nog geloven dat er angst of tekort is, trekken we situaties aan die precies dat activeren, tot we het herkennen.

Wanneer we leren lief te hebben vanuit rust, verschuift ook de realiteit om ons heen.

Niet omdat we harder proberen, maar omdat onze frequentie verandert.

 

In voorouderwerk zien we dat onze manier van verbinden vaak niet van onszelf alleen is.

De angst om iemand te verliezen, of de reflex om afstand te nemen, kan voortkomen uit wat eerdere generaties hebben meegemaakt.

Verlies, afwijzing, oorlog, geheimen of vroeg gestorven geliefden laten hun sporen na in het familiesysteem. Zonder dat we het beseffen, dragen we soms hun onverwerkte pijn en proberen we, uit onbewuste loyaliteit, iets te herstellen wat niet van ons is.

Wanneer we dan in het nu relaties aangaan, reageert niet alleen onze eigen angst, maar ook de echo van een ouder, grootouder of iemand verder terug in de voorouderlijn.

Door dit te herkennen, ontstaat compassie: we zien dat onze patronen niet falen betekenen, maar overlevingsstrategieën met een geschiedenis.

Voorouderwerk helpt om die verstrikking te erkennen en terug te geven wat niet (meer) van ons is, zodat liefde weer vrij kan stromen in het heden.

 

De beweging naar evenwicht

De oefening is niet om angst weg te duwen, maar om beide delen in onszelf te ontmoeten: het deel dat wil verbinden, en het deel dat ruimte nodig heeft.

Wanneer we die twee niet langer tegenover elkaar zetten, maar laten samenwerken, vinden we de plek van op een volwassen manier relateren:

Op basis van een gevoel van liefde dat vrij is, zonder afstand te creëren, en nabij is, zonder zichzelf te verliezen.


In mijn praktijk  begeleid ik precies dat proces. Ik help mensen om voorbij de uiterlijke dynamiek te kijken en te voelen wat er innerlijk gespiegeld wordt.

Wanneer angst wordt omgezet in bewustzijn, ontstaat er vanzelf beweging: in relaties, in werk, in het leven zelf.

 

Reflectievraag:

Waar merk jij in contact met anderen dat je beweegt uit angst in plaats van uit vertrouwen?

En wat gebeurt er wanneer je die beweging simpelweg durft te zien, zonder haar te willen veranderen?

 

“In verbinding zoeken we vaak naar veiligheid bij de ander, terwijl de echte veiligheid in onszelf begint…”

 

 
 
 

Opmerkingen


  • LinkedIn
  • Facebook

©2025 In-Motion I Graphics & Visuals by: Canva Pro I  Privacy disclaimer  I  Algemene Voorwaarden

bottom of page